Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Abt. 40.

Wanneer een lid der Commissie, of wel een der Beambten onverhoopt onder Kerkelijke censuur mogt gesteld zijn, kan hij, ingeval zijn vergrijp tot geen ontslag mogt leiden, nogtans gedurende den tijd dier censuur de werkzaamheden zijner betrekking niet waarnemen. De Beambten zijn in dat geval verstoken van de voordeden aan hunnen post verbonden, en door het Collegie, dat hen heeft aangesteld, wordt tijdelijk voorzien in de waarneming van hunnen post.

Abt. 41.

Door de invoering van dit Reglement wordt het Concept- Reglement en Instructie op het bestuur der Kerken, verdere goederen en inkomsten der Gemeente van den jare 1810 buiten werking gesteld; doch behoudt de Algemeene Kerke-raad zich voor, in het tegenwoordige Reglement zoodanige veranderingen en bijvoegselen te maken, als hij, na de Commissie gehoord te hebben, zal noodig achten, terwijl deze de vrijheid heeft, voordragten tot Wets-herziening in te dienen.

Aldus vastgesteld in de Vergadering van den Algemeenen Kerke-raad van den Een en twintigsten April, Achttien honderd negen en vyftïg.

E. B. SWALÜE,

Pratses.

ï. MODDERMAN, Az.,

Scriba.

Sluiten