Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H.H. Directeureij der Vereeniging voor hooger Onderwijs op Gereformeerdeij grondslag.

Op de jaarvergadering onzer Vereeniging voor hooger onderwijs, eenige weken geleden te Utrecht gehouden, werd door u de vraag aan de orde gesteld : of het al dan niet raadzaam zou zijn, van onzentwege stappen te doen, om de afkomende theologanten tot de bediening des Woords te doen geraken?

Zooals u bekend is heeft de voorzitter van die vergadering, Prof. Kutgers, de bespreking over dit punt moeten bekorten en afbreken, omdat de tjjd hiervoor beschikbaar gesteld, verstreken was, en werd het resultaat waartoe de meeste sprekers waren gekomen, door Ds. van Schelven geformuleerd in eene motie, die met bijna algemeene stemmen werd aangenomen.

Het is tegen deze motie en de gedragslijn die zij afteekent, maar vooral tegen de stilzwijgende veronderstelling waarvan zij uitging, dat ik mij geroepen acht, langs dezen weg op te komen.

Op de vergadering zelve heb ik haar niet kunnen bestrijden, maar mij, bij voorkeur, uit de zaal verwijderd. Zelfs hetgeen ik vooraf tegen de strekking van enkelen der uitgebrachte adviezen had aangevoerd, diende slechts pour acquit de conscience. Afgezien van het ongeduld dat de voorzitter en een gedeelte van het gehoor tegen het einde van de samenkomst aan den dag legde, was ik bigde het hierbij te kunnen laten; anders zou ik genoodzaakt zjjn geworden, uit te spreken, wat ik thans zoo vrij ben aan uw oordeel te onderwerpen.

Wil ik, evenwel, later bet verwijt niet beloopen, dat ik mijn gevoelen nie tijdig en gemotiveerd genoeg heb geformuleerd ter plaatse waar dit tehuis behoorde, op eene wijze, die eene handeling had kunnen uitlokken, dan heb ik thans te spreken.

Sluiten