Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Immers, men behoeft niet aan het einde van de reis te zijn gekomen, voordat men de richting van den ingeslagen weg kan bepalen, en is verplicht zgne reisgenooten bijtijds te waarschuwen, dat men dien weg niet op wil, of althans met grooten tegenzin volgt, indien men zich niet later genoodzaakt wil zien, rechtsomkeert te moeten 'maken, onder omstandigheden, die aan deze handeling het aanzien van lafhartigheid en ontrouw zouden geven.

Houdt het mij dns ten goede, dat ik mij niet door allerlei consideratiën laat weerhouden, mijn gevoelen zonder omwegen kenbaar te maken. Het belang van de zaak eischt dit. Voor de verhouding is het beter. Indien ik mocht dwalen, zal dit gelegenheid geven, mij terecht te wijzen.

De vergadering te Utrecht heeft de theorie iD woorden gebracht, die, tot mgn leedwezen, zg het dan op indirecte wgze reeds lang den gang van onze Universiteit heeft bepaald.

Die theorie voor zoover dit de Theologische Faculteit regardeert, houdt in, dat het niet op den weg ligt van onze Stichting, of van de Vereeniging waarvan zg uitgaat, stappen te doen, om onze studenten den weg tot de bediening des Woords te banen.

Al wat in mij is, komt tegen deze stelling, hoe ook geformuleerd of gewijzigd, in verzet.

Zg is de vrucht van eene onuitgesproken kerkelijke beschouwing, waarmede de Universiteit rechtstreeks niets heeft te maken en die toch, feitelijk, haar toekomst bepaalt.

De reiskoets daalt in volle vaart van de bergen af. Daar ginds in de vallei is men bezig de brug af te breken, die de beide oevers van eene rivier aan elkander verbindt. Naast den voerman gezeten nadert men het punt, waar men die brug moest bereiken. Gaarne zou men de paarden tot staan zien gebracht. Men wordt afgewezen met de opmerking, dat het besturen van den wagen en het werk aan de brug, ieder voor zich als op zichzelf staande zaken moeten worden beoordeeld, en ziet zich genoodzaakt te zwijgen, al weet men intusschen zeer goed, dat de voerman wel anders zou spreken indien hij meende die brug volstrekt noodig te hebben, om het doel te bereiken.

Mij dunkt, zonder ons te buiten te gaan aan de divinatorische kritiek, mogen wij wel constateeren, dat aan de beschouwing, die ik wraak, als motief de verwachting ten grondslag ligt, dat „onze afkomende theologanten," trote de bestaande en bekende bezwaren, hunne bestemming wel zullen bereiken, al is het ook, dat wij geen hand uitetekeu, om den gaug van gebeurtenissen te controleeren. Dit is op zichzelf genomen ook volkomen juist gezien. Een opgeworpen dijk is niet bij machte den stroom, die reeds eene bedding groef, te° keeren. Hij vindt zijn weg wel. Maar . . . niet daar waar hg zgne natuurlijke oevers zou vinden indien men beproefd had, wat meer voor de hand lag, om dezen dam eenvoudig door te steken.

Sluiten