Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gesteld, het was ons duidelijk geworden, dat juist dit streven het voorname beletsel was, om ons doel te bereiken, zouden wij dit openlijk mogen uitspreken en daardoor onze positie tegenover de vijanden van ouze stichting wellicht nog meer verzwakken? ....

Maar dit brengt mij tot eene kwestie, die ik gaarne onaangeroerd had gelaten, omdat ze persoonlijk is, en toch ter sprake moet brengen, omdat zij de theorie raakt, die de praktijk ook onzer Universiteit beheerscht: het verschil van kerkelijk standpunt.

Zoolang dit mogelijk is — dit zullen wij wel samen eens zyn — moet de Universiteit op zichzelve worden beschouwd en beoordeeld. Zij is dus niet aansprakelijk voor het advies, indertijd uitgebracht door de Gereformeerde Commissie, voor de besluiteu van de vergadering - in Frascati, in één woord voor hetgeen Dr. Kuijper, of Hoedemaker, of Butgers, of Mr. de Savornin Lohman zegt of doet.

Op dit standpunt, althans, heb ik mij moeten plaatsen, om een leerstoel van harentwege te kunnen aannemen. Immers; mijn kerkelijk standpunt was niet dat van sommige broeders met wien ik, van nu af aan, zou samenwerken.

Er is, echter, weinig doorzicht . noodig geweest, om te beseffen, dat ik hiermede ook de onvermijdelijke en mogelijke gevolgen van de verhouding moest aanvaarden, waarmede ik hierdoor tot hen, de kerk en de universiteit kwam te staan.

Onvermijdelijk was zeker isolement, waarin ik van nu af aan stond te verkeeren.

Waar de kerkelijke strijdvragen de gemoedereu, zooals dit in onzen tijd het geval is, in beroering brengen, voortdurend overleg en medewerking noodzakelijk maken, daar spreekt het vanzelf, dat men met eene afwijkende mee— ning buiten den intiemen en meest sympatetischen kring van vrienden zelfs en geestverwanten wordt gesteld.

Onvermijdelijk is het, dat men op dezen weg aan beoordeeling blootstaat, die men niet billijk vindt, die somtijds kwetst en vernedert.

Het spreekt vanzelf dat de broeders het niet meer dan verstandig en plichtmatig vinden, dat men met hen meêdoet en meegaat. Men begrijpt zelfs niet welk bezwaar hiertegen bestaat of bagatelliseert dit. Er wordt gemompeld van Legitimisme, Dominés-hoogheid, Collegaphobie, van invloeden door dezen of genen sterkeren geest uitgeoefend enz.

Onvermijdelijk is eindelijk zeker emeritaat, dat men zichzelven oplegt.

Men is genoodzaakt zich uit het kerkelijk leven terug te trekken, wil men conflicten vermijden, waarmede de tegenpartij zich zou vroolijk maken. Genoodzaakt niet alleen de kerkeljjke colleges te verlaten, maar ook niet bg publieke geschriften te zeggen, wat meu soms op het hart heeft; ja meer, in het private leven

Sluiten