Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Reformatie toch, die bestaat in het appliceeren naar den regel der opportu?" niteit, van een maatstaf, die volstrekt is en geene transactie gedoogt, het zuiveren van colleges en commissies, die zelf niet zuiver kunnen staan, het bezetten van bepaalde posten uit een strategisch oogpunt, het nemen van onuitvoerbare besluiten, de aanloop tot eenen toestand, die niet in het tegenwoordige kader behoort, verwerpen wij principieel. Deze dingen dienen slechts om de illusie van zuiverheid en getrouwheid te bestendigen, den strijd kleingeestige afmetingen te geven, de broeders te kwetsen, de geestelijke kracht te verlammen en teleurstelling in te oogsten.

Deze Reformatie is, wat ik vroeger genoemd heb, een metselen in een moeras. Zij brengt ons geen stap verder, dan alleen op weg naar de afscheiding.

Vergun mij hier nog bij te voegen, dat het teruggaan tot den eisch eener bijbelsche organisatie, voor mij, ook het onmisbaar complement is van het beginsel, waarop wij als Vereeniging staan, wijl de aanvaarding van het quia, eene Kerk veronderstelt en vordert, die het recht en de macht heeft gravamina te onderzoeken en bijgevolg onze fictie van eene Synode veroordeelt op gronden, waarop de tegenstanders zich plegen te beroepen. — Onze Synodale organisatie maakt „de leer" tot een petrifact en is reeds daarom principieel te bestrijden. —

Maar hiermede kom ik tot het punt van uitgang, de motie op de vergadering te Utrecht en onze „afkomende theologanten" terug.

Ik bestrijd dus, èn het recht èn de opportuniteit van het initiatief der plaatselijke gemeente, in dezen, afgezien van alle vragen, die onze verhouding tot de Synode betreffen. De Kerk is één, vóór, zonder en onafhankelijk van die Synode, al is het dat deze eenheid, op dit oogenblik, alleen in haar tot openbaring komt.

Er dient dus gekozen.

Zeer spoedig zullen de gebeurtenissen een antwoord hebben gegeven op de vraag in de. laatste jaren, zoo menigwerf en met zoo velerlei bedoeling gedaan: hoe geraken de studenten der Vrije Universiteit tot de bediening des Woords in de Hervormde Kerk ?

Binnen eenige weken acht zich onze oudste kweekeling volkomen gereed. Hij verlaat de Hoogeschool, om met of zonder hulp van anderen, zijnen weg te vinden. Het valt in hem te prijzen, dat hij tot hiertoe minder eigendunkelijk heeft gehandeld, dan anderen, ook onder onze eigen studenten, zouden hebben gedaan. Hij verkeert, terecht, in het besef, dat.zgne handelingen voor onze Stichting niet geheel zonder beteekenis zgn.

Tenzij men dit, onzerzijds, wenscht te voorkomen, wordt evenwel de kwestie van onze verhouding tot de Kerk en de beginselen, die wij hebben besproken, in z ij n, nl. het eerst voorkomende geval, beslist.

Juist daarom is dit moment niet van gewicht ontbloot. Indien zich bg de

Sluiten