Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kon gemakkelijk uit dezen brief zien, dat, zoo als de heer bauduin ons ook in alle eenvoudigheid heeft bekend, hij geene vaste overtuiging had, en onbekend was met de vereischten voor het ware christelijke opzieners-ambt.

Hem ontbrak nog die verloochening van zich zeiven, en dat vertrouwen op God, waarmede de zoodanige bezield moet zijn, die boven alles het koningrijk Gods en zijne geregtigheid zoekt, met de overtuiging, dat bet overige hem daarbij gegeven zal worden. Hij wilde eenvoudig van betrekking veranderen.

De lezer duide het ons niet ten kwade, indien wij hier cene korte afwijking maken.

Wij wisten reeds sedert eenigen tijd van eenige broeders onzer gemeente, dat zich te Soumois een priester bevond, die der evangelische leer zeer genegen was. Een broeder uit de gemeente van Charleroi, vetweider van beroep, maar bovenal de evangeliewaarheden belijdende, had op zekeren dag met een slagter uit onze omstreken, die een zijner klanten was, een gesprek, dat over godsdienstige onderwerpen liep. Toen de laatste in den* loop van het gesprek hem de meening van zijnen pastoor zeide, dat de bijbels, welke onze kolporteurs verspreiden, vervalscht waren, antwoordde onze broeder hem met al de overredingskracht, welke zijn verstand en hart hem ingaven. Hij besloot eindelijk met tot hem te zeggen t »Ga «maar naar onzen pastoor en spreek er met hem over, en »zoo hij of gij zelf dit bewijzen kunt, zal ik u de beste koe »uit mijnen stal geven !"

De pastoor, hierover door hem geraadpleegd, kon hem geen voldoend uitsluitsel geven, en bragt zelfs het gesprek op iets anders.

Eenigen tijd daarna kwam de slagter bij den Vicaris van Soumois, bij gelegenheid, dat hij een bloedverwant van dezen geestelijke bij hem bragt.

flij wenschte niets liever dan het gesprek te brengen op een onderwerp, dat hem misschien op eene goedkoope

Sluiten