Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteld van God, heeft men vergeten, dat vrij in de tijden der genade verkeeren, waarvan geschreven staat: Zij zullen van God geleerd zijn (Joh^ VI: 45; Jezaja LIV: 13) waarin God zijnen Geest geeft aan allen, die Hem om denzelven zullen bidden (Luk. XI: 13). Voor het overige wordt er van deze dingen, die de Christelijke waarheid uitmaken, gezegd: »Dat het dingen zijn, welke het oog niet heeft geit zien, en het oor niet heeft gehoord, en in het menséhelijk »hart niet zijn opgeklommen, welke God bereid heeft, den»genen die Hem liefhebben." (1 Kor. II: 3). Werk dan waarde Heer! want er is geschreven: » Onderzoek de schrif»ten, want gij meent door dezelve het eeuwige leven te »hebben en die zijn het die van mij getuigen." (Joh. V: 39) Maar wend u tevens tot Hem, »in wien al de schatten »der wijsheid en der kennisse verborgen zijn." (KoJL II: 3).

De heer poinsot doet den heer bauduin opmerken, dat hem nog de vaste overtuiging ontbreekt, dat de Evangelische Godsdienst, welke hij wenscht te omhelzen, zekerlijk de Godsdienst, des Evangelies, de onvervalschte Godsdienst van jezus chbistus, en bijgevolg de ware- Godsdienst is. Wat de vraag betreft, Protestantsch leeraar te worden, gaf de heer poussot hem eene korte opgave van de godsdienstige, zedelijke en wetenschappelijke vereischten, welke de ware Protestanlsche leeraar noodig heeft; en ten slotte noodigde hij den heer bauduin, uit, om hem eens te komen bezoeken; terwijl hij hem beloofde, dat de vrienden onzer zaak en de broeders te Charleroi zich zouden vereenigen, om hem op een instituut, of bij een Protestantsch huisgezin buiten 's lands, of wel in lelgië te plaatsen.

Een vriend voegde bij dezen brief verscheidene godsdienstige traktaatjes, welke geschikt waren, om zijne aandacht te vestigen op de waarheid die in chbistus is.

Niet lang daarna bragt de heer bauduin veelvuldige bezoeken bij onzen leeraar en cenige broeders uit de ge-

Sluiten