Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets wist. »Ik weet, dat ik niets weet," — zoo sprak eenmaal een wijsgeer der oudheid. En gelijk voor hem, zoo was ook voor u onvoldaanheid het loon van uw dorsten naar wetenschap en kennis. En nu ten slotte die vroolijke feesten. Ge hebt feest gevierd; ge hebt u volgens uw zeggen heerlijk vermaakt ; ge hebt in één woord genoten, en met de aangenaamste gewaarwordingen, met de schoonste herinneringen begeeft ge u ter ruste. Wat dunkt u, zult ge lust hebben om morgen weder aan den feestdisch u neêr te zetten? »Ja," zegt ge misschien , en 't zou zelfs kunnen zijn, dat ge het daarna nog niet moede waart. Maar eindelijk zal toch het oogenblik komen, dat ge zegt: »Nu niet meer; nu heb ik er genoeg van!" — Ei! En ik dacht, dat ge »van het goede niet te veel kondet hebben ?"

Zoo moet dus ook gij de waarheid van dat woord erkennen. »Ge hebt er genoeg van," — zegt ge. Voeg er gerust bij, dat ge er van walgt en het genot van eenige uren met onvoldaanheid, — wellicht met ongesteldheid naar lichaam en geest hebt betaald.

Betreden we nu het geestelijk gebied. Al spoedig zal het ons dan blijken, dat de bewuste zegswijze hier maar ten deele van toepassing is, of laten we liever zeggen: hier kan men van het goede niet te veel hebben.

Al dadelijk valt het in het oog, dat er een ontzaglijk groot verschil is tusschen het goede op natuurlijk en geestelijk gebied. Al hetgeen we zooeven opsomden en op natuurlijk gebied goed wordt genoemd, — 'tis op geestelijk gebied als niets, — wat zeg ik, — als schade en drek geacht. En omgekeerd: wat op geestelijk gebied de parel van groote waarde heet, wordt op natuurlijk gebied kortweg dweperij gescholden.

Doch wat den Jood eene ergernis en den Griek eene dwaasheid is, — 't is hun, die gelooven, eene kracht Gods tot zaligheid. Voor hen, die door Gods genade uit de duisternis getrokken zijn tot Zijn wonderbaar licht; voor hen, die alleen rust en vrede hebben gezocht bij Hem, van wiens gezegende lippen eenmaal het woord ruischte: »Komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u ruste geven;" voor hen, die het uit den diepsten grond des harten kunnen getuigen: »Ik leef

Sluiten