Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl hij nog leeft; als hij de eeuwigheid zal zijn ingegaan, dan baat het u niet meer; dan is het te laat! — voor eeuwig te laat; dan is zijn lot beslist.""

En uit de volheid van mijn hart mocht ik dan uit de benauwdheid tot God voor hem roepen, telkens ongeveer in deze woorden: »»0, God, ontferm U over ons en ons zoo dierbaar kind! Kan het iii Uwen raad bestaan, richt hem dan op, opdat wij hem als een nieuw geschenk uit Uwe hand mogen ontvangen; maar is Uw weg anders: — niet mijn wil, maar de Uwe geschiede. Maar, och! verlicht dan zijne smart; schenk hem een' zachten dood, en mocht zijne benauwdheid maar een strijd wezen om in te gaan. Mijn kind kan tot U niet roepen of bidden, maar hij is toch in zonden ontvangen en geboren en naar Uw Woord der verdoemenis onderworpen. O, wasch en reinig hem toch in Christus' bloed. Heere Jezus, Gij, groote Kindervriend, die op aarde eenmaal zeidet: Laat de kindertjes tot Mij komen en verhindert ze niet, want derzulken is het Koninkrijk der hemelen, — ontferm U dan ook over dit kind en verhoor mijne smeekingen voor hem!""

Zoo mocht ik voortdurend voor hem werkzaam zijn. Hij had het wel benauwd, maar hij had een' zachten dood. Toen zijn eindje naderde, knielden ik en zijn vader, van wien hij ook zooveel hield, en dien hij, als hij hem door de kamer zag loopen, nakeek, zoolang tot zijne lieve oogjes begonnen te breken, bij het wiegje > neder om als 't ware zijn' laatsten adem op te vangen. En toen het onvergetelijk oogenblik gekomen was, dat hij voor immer van ons heenging, — toen riep ik uit: »»Heere Jezus, neem hem op in Uwe heerlijkheid!""

Wij barstten allen in tranen uit, want daar ik mij voor mijn jongske, die tot het einde toe bij zijne kennis was, had ingehouden, zoo gaf ik nu lucht aan mijn overkropt gemoed. Drie volle dagen hebben mijne tranen bijna zonder ophouden gevloeid,— niet omdat ik morde tegen Gods wil, maar uit natuurlijke droefheid over mijn' lieveling, den naamgenoot van mijnen vader. ' ;>- ;.'

De Heere heeft mij gesterkt bij het breken van zulk een'

Sluiten