Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nauwen band, doch eens, — dit moet ik eerlijk bekennen,— zeide ik met eenigen wrevel in mijn hart: »»Had ik hem maar weerom!"" Maar tegelijkertijd gevoelde ik, dat ik mij grootelijks bezondigde, want immers, ik had toch gebeden: »»0, God, niet mijn wil, maar de Uwe geschiede!""

Een dag later ondervond ik nog iets, dat mij griefde. Terwijl ik zoo bedroefd was en aan mijn kind dacht, was het alsof mij gevraagd werd: »»Hebt gij vroeger wel om herstel voor uw zoontje gebeden?"" Hier stond ik verlegen. Ik dacht: ik had nu en dan weieens een' bangen zucht voor hem opgezonden , wellicht ook voor hem gebeden, maar er staat geschreven: »»Gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt.""

Die pijnlijke gedachte is nu gelukkig van mij weggenomen. Nu en dan wordt het mij nog weieens bestreden, dat mijn kind zalig is, maar van achteren moet ik toch zeggen, dat ik het bij zijn' dood heb mogen gelooven, want toen mocht ik bidden: »»0, Heere, geef, dat deze bestraffing mij en mijn huis tot bekeering mocht leiden, opdat wij eenmaal waardig geacht mogen worden om te komen waar mijn kind is.""

In dat oogenblik werd ik jaloersch en verliefd op Gods volk. Maar toen klonk er als eene stem in mijn binnenste, zeggende: »»Hoe zijt gij zoo bezorgd voor uw kind? Hebt gij vooruzelve nog wel eenig uitzicht op den hemel?""

O, wat smacht mijn hart naar voorlichting en terechtwijzing. Ik heb zoo groote behoefte aan troost; er ligt over mijn geheele wezen en doen zulk eene somberheid. Och, mocht het eens eene droefheid naar God worden, die eene onberouwelijke bekeering tot zaligheid werkt.

En nu heb ik mijn hart eens voor u uitgestort, — voor u, die in het verborgen voor mij uwe knieën buigt. Zie, dat is de ware liefde.

Hoe gelukkig zijt gij, dat ge eiken Zondag de zuivere en onvervalschte Waarheid uit den mond van uwe leeraars kunt hooren. Helaas! Van dit onwaardeerbaar voorrecht ben ik verstoken."

Sluiten