Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik werd toen al veel kalmer; het beven hield op, en ik voelde, dat het pak van mijn hart was.

Maar nu kwam de bestrijding. »»Zou dat Gods werk zijn?"" — zoo werd mij als afgevraagd, — »»Als ge het u maar niet verbeeld hebt; het is overspanning der zenuwen.""

Doch toen riep ik uit: »»0, God, dat ik toch niet op twee gedachten blijve hinken. Zoo dit mijn eigen werk is, leer mij dan maar wat ik doen moet; ontdek dit aan mijn hart. Maar is het Uw werk, druk het dan krachtig op mijne ziel, opdat ik niet bedrogen uitkome."" En toen kwamen mij de woorden voor: »»Loof den Heere, mijne ziel, en vergeet geene van Zijne weldaden. Loof den Heere, mijne ziel, en al wat binnen in mij is, Zijnen heiligen Naam. Die uw leven verlost van 'tverderf; die u kroont met goedertierenheid.""

»»0!"" — zoo riep ik uit, — »»dat ik het nimmer vergete! Maak mij bekwaam, Heere, om voor U te leven. O, wat zijt Gij goed, dat Gij aan zulk eene diepschuldige en onwaardige, die Uwe wetten zoolang versmaad heeft, zulk eene liefde bewijst.""

Ik bleef nog eene wijle zoo bezig, en ik kan het niet uitdrukken hoe ik gesteld was. Ik was als uit barensnood verlost, en nu mocht ik dan ook rusten van den arbeid. Mijn lichaam was geschokt, en vooral met het oog daarop mocht het een voorrecht heeten, dat ik tegen den morgen nog een uurtje kon slapen. En toen ik ontwaakte, — hoe geheel anders was ik toen dan daags tevoren. Hoe kalm was ik gesteld! Maar ik dacht: wat zal ik nu doen? Mijn toestand was als die vaneen' reiziger, die met veel moeite en gevaar eene stad bereikt heeft en er nu geen' weg weet.

En weder kwam de bestrijding. »»Was het Gods werk, dan zou dit wel anders wezen,"" — zoo werd mij ingefluisterd. Maar ik bad en zeide: »»Och, Heere, Gij weet wat er dezen nacht met mij heeft plaats gehad; ik heb niet geslapen; het was geen droom; o, bevestig mij in het geloof; leer mij den Heere Jezus in al Zijne beminnelijkheid kennen en beminnen; niemand heeft Hij weggezonden, die heilbegeerig tot Hem kwam.""

Dien ganschen dag bleef ik werkzaam met hetgeen ik had ondervonden. Tranen vloeiden telkens uit mijne oogen, — niet

Sluiten