Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik uit in radeloozen angst. Gelukkig kwam er spoedig verandering ten goede, en ik mocht hierin weêr de goedheid Gods opmerken. Ja, als wij geen kwaad vermoeden, dan verkeeren wij toch in gevaar. O, mocht ik meer op dien God vertrouwen;, meer dankbaar zijn en het goede erkennen, dat wij dagelijks uit Zijne milde hand zoo onverdiend genieten."

De schrijfster gewaagt in dezen brief van «lievelingslectuur." Ja, zij las en onderzocht gaarne, en het was haar eene oorzaak van diepe smart, toen de zwakte van hoofd en oogen aan dien lust onverbiddelijke perken stelde.

De Bijbel stond natuurlijk bovenaan, en mochten de oogen haar soms ook noodzaken om tot een' zoogenaamden »waterdruk" de toevlucht te nemen, — zoodra het eenigszins mogelijk was, keerde zij tot den ouden Statenbijbel terug. Maar ze had nog meer lievelingslectuur. De namen van Brakel, Comrie en dergelijke oude schrijvers werden in haar klein maar rein bibliotheekje niet tevergeefs gezocht. En van de schrijvers uit deze eeuw stond niemand hooger bij haar aangeschreven dan J. C. Philpot. Een bundel preeken van dien waardigen man werd steeds door haar gretig ontvangen, en ik herinner mij nog zeer goed hoe zij dan soms schreef: »Er is een nieuw Achttal verschenen; dat moet je me eens spoedig bezorgen." Nu, dat deed ik gaarne, en van al hetgeen mij na haren dood ten deel viel zijn de bekende bundels, door haar gelezen en genoten, mij niet het minst, zoo niet het meest waard.

Een Zestal en het werkje, getiteld: »Wat is het, dat eene ziel zalig maakt?" ontving ik eens van haar als verjaringsgeschenk. Zij schreef er het volgende bij:

»Twee boekjes ten geschenke aan mijn'geliefden zoon op zijn' negentienden verjaardag, dat tijdstip, zoo hachelijk en beslissend voor zijne verdere loopbaan door dit leven; zoo vol van moederzorgen, tranen en gebeden voor een kind, dat ik zoo gaarne gelukkig zag. O, mijn zoon, mochten wij Gods vrijmacht toch eerbiedigen en met een ootmoedig geloof toestemmen, dat er niets zoo gering geschiedt, hetwelk die God, met wien wij

Sluiten