Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Als Gods oordeelen op de aarde zijn, dan leeren de volkeren gerechtigheid." God in den hemel had gesproken; gesproken op ontzagwekkende wijze* gesproken in het bizonder tot ons en ons huis. Maar, helaas! wie ook gerechtigheid mocht geleerd hebben; wie ook naar de stem van den Alleenwij ze mocht hebben geluisterd; voor wie ook het sterven van een geliefd kind iets goeds mocht hebben uitgewerkt, — niet voor den vader. Aanvankelijk scheen dit wel zoo te zijn, en 't was ook de stille hoop, de aanhoudende bede der moeder. Maar de aandoeningen gingen voorbij; de indrukken verdwenen als eene morgenwolk* en de hoop werd niet verwezenlijkt, de bede werd niet verhoord.

Wie heengaat laat eene ledige plaats achter, en zoo was het ook in onze woning. Er was een ledig, dat zich nog te sterker gevoelen deed, toen ik kort daarna voorgoed de ouderlijke woning moest verlaten.

Zoo bleef dan der treurende moeder slechts ééne dochter over, en wie dat tweetal in handel en wandel gadesloeg, dacht onwillekeurig aan Naomi en Ruth. Beiden gebukt onder hetzelfde kruis; beiden gejaagd en geplaagd als eene veldhoen op de bergen; beiden getroffen in hetgeen haar zoo lief en dierbaar was, waren zij onafscheidelijk met elkander verbonden en aan elkander gehecht. Zij poogden elkanders lasten te dragen of te verlichten; zij trachtten elkander tot troost en opbeuring te zijn; zij weenden en baden samen; zij onderzochten samen Gods Woord; zij zochten elkander op te bouwen in haar allerheiligst geloof. En hoe meer de vijandschap uitbrak; hoe meer de Satan zijn best deed om die beide vrouwen te belagen en haar het leven tot eene hel te maken, — hoe meer tranen er ook gestort, hoe meer zuchten er ook geslaakt werden, maar hoe meer zij het ook mochten ervaren, dat de Heere eene toevlucht is voor de Zijnen; dat Hij let op hun geschrei, als zij uit diepte van ellende tot Hem roepen, en dat ook de Satan in zijn boos opzet niet verder kan gaan dan Hij wil toelaten.

Eene donkere schaduw was op onze woning gevallen, en voor de moeder was in die duisternis de dochter een vriendelijk en verkwikkend zonnestraaltje. Dat bleek mij bij herhaling uit de brieven, die ik van beiden ontving, al waren die brieven dan

Sluiten