Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat mij nog te wachten staat. Neen, ondankbaar ben ik niet; wanneer ik al de zegeningen Gods ook voor het tijdelijke mag opmerken, dan zink ik weg in aanbidding en moet ik uitroepen: »»0, goedheid Gods, nooit recht geprezen!""

Maar toch heb ik een' tijd gekend, dat ik met al dieaardsche voorrechten meer ingenomen was. Hoe dit zij, ik leef nu maar voort, biddende, dat het Gode moge behagen mij nog een weinig meer licht te schenken op het pad, dat ik betreed. Want al \ liggen er zooveel gedenksteenen van hetgeen ik ondervonden heb en voor alle schatten der wereld niet zou willen overgeven, — wat de Heere mij eens heeft toegezegd, — het heeft versterking noodig om te kunnen gelooven, dat Zijne genade mij genoeg is.

Ik kan tijden hebben, dat ik met de heele wereld medelijden heb en niet kan nalaten te schreien. Zoo was het ook op mijne reis. Ik had voor het aardsche letterlijk aan niets gebrek, en toch was ik zielsbedroefd; de slaap week uit mijne oogen, en in tegenwoordigheid van anderen moest ik mijzelve vaak geweld aandoen om niet in tranen uit te barsten.

Ik mag niet anders zeggen of mijn toestand is nu werkelijk beter, en als de Heere mij nog gelieft te sparen, o, dat het dan zij tot Zijne eer! Als uw wensch vervuld wordt, dan vind ik eenmaal bij u steun voor de aarde. Mocht het mij dan aan voedsel voor de ziel niet ontbreken! En dat zal het niet. Hij, die eens als met hoorbare stem, toen onze lieve zuster gestorven is, gezegd heeft: »»Vrees niet! Ik zal met u zijn al de dagen uws levens!"" — Hij wordt niet ontrouw. Mochten wij dan te zamen Zijnen Naam grootmaken, loven en prijzen voor de vele weldaden, aan ons allen bewezen."

»Neen, ondankbaar ben ik niet!" — zoo lazen wij, en misschien kan die uitdrukking bevreemding wekken; wellicht acht men die woorden niet vrij van eigengerechtigheid en zelfverheffing, wijl het een onwederlegbaar feit is, dat alle menschen zonder onderscheid veel te weinig dankbaar zijn.

Doch die woorden werden niet zonder gegronde aanleiding neergeschreven; ikzelf had ze uitgelokt in een schrijven, waarop

Sluiten