Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beteekenis, — eene vraag, die te meer klemde, wijl zij zich vast voorgenomen had om niet in het huwelijk te treden, — altijd voor zooveel wij, kortzichtige stervelingen, ons iets vast voornemen kunnen.

En verwonderen kan ons dit besluit wel allerminst. Immers, zij had van het huwelijk veel te veel de schaduwzijde gezien; zij had, ja, ervaren, dat verdrukking en smart de zielen aaneensnoeren kunnen, maar zij had ook ondervonden, dat de liefde kan verkouden; dat er vaak met eeden en beloften wordt gespot; dat men op lateren leeftijd soms vertrapt wat men weleer als een boven alles dierbaar kleinood beminde. Zij had in één woord van de Goddelijke instelling des huwelijks zulke droeve ondervindingen opgedaan, dat men haast geneigd zou geweest zijn om te vragen of het eene instelling van den Satan was.

Nogeens: zij zou niet huwen. Toch was zij er meermalen voor in de gelegenheid geweest, en wanneer zij alleen met de tijdelijke belangen rekening gehouden had; wanneer de eeuwige dingen bij haar niet boven alles waren gegaan, — dan had zij meer dan eens wat men noemt eene goede partij kunnen doen. Maar de man, die haar zijne liefde waardig keurde, was iemand, die spotte met het heilige, met hetgeen haar dierbaar was; iemand, die rond voor zijn ongeloof uitkwam en zich eens de uitdrukking ontvallen liet, dat men niets beter missen kon dan.... kerken en predikanten!

En met zulk een' man zou zij lief en leed deelen! Met zulk een' echtvriend zou zij den levensweg bewandelen! Aan zulk een' vader zou zij wellicht de opvoeding harer kinderen moeten toevertrouwen! Neen, en duizendmaal neen! Dan nog liever eene schamele bete; dan nog liever gebrek; dan nog liever gearbeid in het zweet des aanschijns om in eigen onderhoud te voorzien.

Maar, zoo vraagt iemand misschien, was er dan geen enkel geloovig, voor het minst uiterlijk godsdienstig jongeling, die met zulk een meisje de levensreize wenschte te aanvaarden? Zeker, de zoodanigen waren er; één was er ten minste, dien ook ik hoogachtte, maar van wien ik betere dingen had verwacht. De waarheid moet gezegd: — hij roerde teedere snaren

Sluiten