Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienstig waren, maar er toch niet van hielden om voor een' kerkgang altijd alles op te offeren.

Voor -velen was zij in dit opzicht een beschamend voorbeeld, en gaat het mijnen lezers als mij, dan hebben wij ook in deze met berouw en schuldbelijdenis tot onszelven in te keeren.

Ziet, we staan gereed om op te gaan naar het huis des gebeds. Kom! En nogmaals, kom! — zoo klinkt de metalen stem uit den tempeltoren, die naar Boven wijst, ons tegen, en straks zal in dien tempel eene andere stem worden vernomen, — de stem van den Heiland: »Wie dorst heeft, die kome, en neme het water des levens om niet!"

We hebben ons voorgenomen om naar die stem te luisteren, maar ziet, juist op hetzelfde oogenblik treedt een vriend bij ons binnen, — een vriend, dien wij misschien in langen tijd niet hebben gezien. Zullen wij nu toch naar de kerk gaan?

»Kom! kom! kom!!" — zoo klinkt het daarbuiten nog altijd voort.

»Kom!" — Welzeker, ik zou gekomen zijn, maar nu, neen, het zou toch tegen alle regelen van welvoegelij kheid indruischen om dien vriend alleen en aan zijn lot over te laten! Hij zou het mij misschien kwalijk nemen; hij zou het zeker afkeuren!

»Hij zou het zeker afkeuren!"

Dat geeft den doorslag, en naar de goedkeuring des Heeren wordt niet gevraagd. En alzoo wordt aan den aardschen vriend boven den Vriend van tollenargn en zondaren de voorkeur gegeven! En alzoo maakt ge het woord van Felix tot het uwe: »Voor ditmaal,\ga heen!"

»Voor ditmaal!"

Maar wie verzekert het u, dat het niet de laatste maal geweest is? Wie zegt u, dat de gelegener tijd, waarnaar Felix den Apostel heenwees, nog voor u zal aanbreken? En allermeest , kunt gij weten of de ure, die gij thans met uwen vriend zult doorbrengen, ook beslissend voor u had kunnen zijn? De ure, waarin de Heere aanving aan uwe ziel te arbeiden? -

Ik ga niet verder, maar verzwijgen wil ik het niet: — mijn' eigen' naam heb ik hier genoemd.

Ook den uwen, mijn lezer?

Sluiten