Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat er van de moeder worden zou, — dat behoefden wij nieteenmaal te vragen; daarvoor behoefden wij allerminst bezorgd te zijn, want zij had immers een' God voor hare ziel; een' God, die haar tot hiertoe had gedragen, geholpen en bijgestaan; die haar uit duizend angsten, uit tallooze gevaren had gered; die haar veilig langs diepe wegen, door donkere valleien en over steile heuvelen had geleid, waar zij niet anders dacht dan voor tijd en eeuwigheid te zullen omkomen.

En zou Hij haar dan nu begeven of verlaten? Was Hij dan niet meer de oude, getrouwe Verbonds-God, van eeuwigheid en tot in aller eeuwen eeuwigheid onveranderlijk dezelfde ? Had zij dan niet de belofte: »Ik zal u leiden door Mijn' raad, en daarna zal Ik u in heerlijkheid opnemen"? Zeker, zeker! En daarom dan ook geene bezorgdheid voor het aardsche, zwaar beproefde vrouw! Dat kind, u zoo lief en dierbaar, het zal u ontnomen worden door Hem, die het gaf en die dan ook slechts het Zijne terugeischt. Ja, voor dit leven zal welhaast de droeve scheidingsure aanbreken, maar met het oog des geloofs staart gij over dood en graf; nog eene korte wijle, en Hij, die staat te komen, z a 1 komen en niet vertoeven; dan wordt het rouwgewaad, waarin ge u straks weder zult moeten hullen, door de lijkwade, — wat zeg ik, — door de lange witte kleederen vervangen; dan zult ge haar weder ontmoeten, die ge hier met heete tranen hebt beschreid; dan zult ge met haar hereenigd worden, om voor eeuwig met haar vereenigd te b 1 ij v e n; maar vereenigd bovenal met Hem, die alleen uit vrijmachtige genade u al dat heil heeft geschonken. Dan behoort gij tot die schare, die niemand tellen kan; de schare, die uit groote verdrukking komt, maar nu boven alle leed is verheven. Dan zult ook gij het moeten herhalen: »De helft was mij niet aangezegd!" En dan zult ge ook uwe stem paren aan het nieuwe Lied, bij gouden harpen gezongen; het Lied, waarvan de Engelenzang in Efrata's velden onbedriegelijke profetie is geweest: »Hem, die op den troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht, in alle eeuwigheid!"

Nogeenmaal: zwaar beproefde vrouw, wat is bij al die heerlijkheid het lijden des tegenwoordigen tijds! En waar dat lijden

Sluiten