Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meenschap weder te herstellen, op te wekken en levendig te maken. —

Alweder Zondag, de tiende dag van het jaar. Het oude ligt weêr achter ons, waarin elk zijn deel heeft ontvangen. Hoeveel ik daarin moest lijden, — toch mocht mijn mond wel overvloeien van 's Heeren lof. —

Ik ondervind aan alles, dat ik aan den avond van mijn leven kom. Mijne oogen weigeren vooral in het lezen al meer en meer den dienst. Wat smart voor eenl bij tijden zoo gaarne onderzoekenden geest. Maar toch, dezen morgen las ik eene heerlijke preek over Psalm LX: 5 en 6. Hoe vond ik daarin mijn' toestand van vroeger en later dagen, en hoe werd de keuze weêr vernieuwd om onder de banier van Koning Jezus te blijven en te strijden, waarvan de leuze is: de liefde der Waarheid. Wat al toestanden vond ik in dezelve beschreven, van het begin tot het einde, waarvan ik zeggen kon: ze zijn en waren alle de mijnen. Dat geeft kracht om te gelooven in dien God, die mij eenmaal bij name riep, namelijk zondares.

Hoe groot dè,t te mogen gelooven, dat men zelf gebracht is in den stal der schapen door den goeden Herder, die voor hen Zijn leven stelde. Want zoo zeker het is, dat niemand iets kan aannemen, zoo het hem niet van Boven gegeven is, — zóó zeker is het ook, dat menigeen van elders inklimt en zichzelven eene zaligheid zoekt op te richten door eigengerechtigheid, wat toch eenmaal zal blijken te zijn: gebrokene bakken, die geen water houden. Maar dat zien wij niet dan bij het licht van God, den H. Geest. Zalig wie dat mag zien, want dan is er hoop; dan gevoelt men zich arm, blind en naakt, en ook, dat men zichzelven niet verlossen kan. Dan leert men bidden en roepen om dien eenigen Medicijnmeester.

»»Want als de Geest in 't harte daalt,

Om 'tbooze te doen zien, Bezwijmeld, door dat licht bestraald,

Zou zij van afschuw vliên.""

Ja, geschokt door dat gezicht, roept men sidderend uit: »»Is daarbinnen eene woning voor God?"" Zóóver moet het

Sluiten