Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESLUIT.

Uit het Ieren van eene Christin.

Zóó luidt de titel van de schets, die ik mij voorgesteld had onder hoogeren zegen op het papier te brengen.

Uit het leven van eene Christin, — en met den dood van die Christin zou ik dus mijne taak als geëindigd, — de schets als voltooid kunnen beschouwen.

Toch durf ik vermoeden, dat de lezer dan het boek eenigszins onbevredigd uit de handen zou leggen, en ik wil er daarom nog enkele regelen aan toevoegen.

Toen ik de aanteekeningen mijner moeder voor het eerst gelezen had; toen ik tot dat zinrijk en hoogernstig slotwoord genaderd was, — toen kon ik den wensch niet onderdrukken, dat die geestelijke nalatenschap wat grooter had mogen zijn; toen kon ik niet nalaten te zeggen, — te zeggen met diepen weemoed: »Hoe jammer, dat die overdenkingen hier voorgoed een einde nemen!"

En thans, nu ik diezelfde aanteekeningen in deze bladzijden heb weêrgegeven, — nu is het mij weder evenzoo gegaan, en mij dunkt, ik meen te mogen gelooven, dat ook mijne lezers gaarne nog iets meer zouden vernomen hebben.

Voor zoover ik weet, is dit echter het laatste wat zij schreef, en al kan ik niet met zekerheid bepalen wanneer zij die aanteekeningen voltooide, — het slot vooral duidt genoegzaam aan, dat de schrijfster haar einde voelde naderen.

Dat einde kwam in de maand December-van het jaar 1882, en gelijk het in dergelijke gevallen meestal gaat, zoo ging het ook hier: — het was lang voorzien; we waren er herhaaldelijk aan herinnerd, en toch kwam de laatste levensure, het oogenblik van scheidingssmarte nog onverwacht.

Onverwacht! Ja, en allermeest tengevolge van dat noodlottige: alles wordt gewoonte. Ik zeide het reeds vroeger: meermalen zagen wij haar als aan den oever des doods, en telkens werd zij weêr opgericht; telkens bleek het, dat de stervensure

Sluiten