Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERVAL.

Sedert de helft der vorige eeuw heeft er in de Nederlandsche Hervormde Kerk een merkelijke achteruitgang plaats gegrepen. Van dien tijd af dagteekent zich het verval der Kerk in ons vaderland; de afwijking, waarvan veel vroeger het begin was gezien geworden, liep uit op eigenlijk gezegd verval, dat met snellen spoed dieper en dieper doordringend en voortgaand, den weg gebaand heeft tot volkomenen afval van Gods waarheid en dienst, van God zeiven. Van hier mag men den aanvang rekenen dier tallooze rampen, waaronder de Kerk ten laatste schier verzonken is.

De leer der verdraagzaamheid, niet der ware, maar der kwalijk begrepene, ten verdervc voerende verdraagzaamheid, was door alle tijden heen het middel, onder hoogere toelating , om der ware Kerk afbreuk te doen. Zij was het ook nu; men begon die leer van nu af, zonder terughouding, openlijk te omhelzen , in te prenten, voort te planten in Kerk en Staat. Er was toen een Hoogleeraar in den lande, die zich dit tot hoofddoel gesteld had, die er met bestendigen ijver in bezig was. Men wist dat en noemde algemeen de door hem gevormde leerlingen atoleranten." Hoewel men nog de leerstukken van onze Godsdienst regtzinnig voordroeg, werden de dwalingen der gezindten buiten onze Kerk veelal niet wedersproken. Doorgaans werden de stellige waarheden nog onderwezen; de wederleggende Godgeleerdheid echter zette men ter zijde, verdrong haar uit hare plaats, die zij in de Kerk steeds had ingenomen. Van »oude ketterijen," gelijk het heette, werd (als onvoegzaam en stuitend) niet meer gerept. Hierdoor raakten zij uit het geheugen en was niets gemakkelijker dan ze in een nieuw kleed gestoken, weder te voorschijn te brengen. Wie zou ze herkennen ? Bekende dwalingen van andersdenkenden buiten de Kerk, ging men even* zeer zooveel mogelijk voorbij ; of zoo men ze bij name noemde, geschiedde dit met de uiterste behoedzaamheid en ver-

Sluiten