Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schooning. Men wilde niet alleen Lutherschen, maar wel vooral de Remonstranten, en zelfs de afgodische Roomschen in gelijke betrekking als ware Christenen, zoozeer als wij, beschouwd en als broeders en zusters in het geloove behandeld hebben. En was er iemand onder ons, die van de leere der waarheid afweek, hem, die het opmerkte of afkeurde, vond het antwoord gereed: »hij dwaalt ter goeder trouw; zoo het dwaling is, is het van het verstand , niet van het hart.'' Nog een middel werd in deze dagen aangewend om de schoonschijnende verdraagzaamheid, tot vereeniging van allen, meenden zij, (inderdaad tot ontbinding der Kerk) opgang te doen maken en ingang te verschaffen. Verandering in het onderwijs der jeugd , wat de Godsdienst aanging. De oude leerboeken werden, als verouderd , verworpen. Eene overgroote menigte van uitgebreide en beknopte katechizeerboeken kwam in het licht en werd door Predikanten en Katechizcermeesters ten sterkste aangeprezen en gebruikt. Men vond goed, het opkomend geslacht meer te bepalen bij de geschiedenissen, dan bij de leere des geloofs, in den Bijbel vervat. Dan bouwde men op die geschiedenissen verscheidene leeringen en vermaningen, die voor Christelijke zedekunde doorgingen en de jeugdige harten tot voornaamste opleiding moesten strekken.

In dezen tijd was het ook dat zich in de Nederlandsche Hervormde Kerk openbaarde en spoedig ruim veld won, onder voorgeven van een nieuw licht dat in de Kerk was opgegaan , de leer der dusgenaamde algemeene welmeenende aanbieding van het Evangelie. Volgens deze leer beweerde men met alle kracht dat God , welmeenende, aan alle menschen die onder het Evangelie leven, christüs en al Zijn verworven heil aanbiedt en in de aanbieding schenkt; en dat elk die het hoort, verpligt is te gelooven dat christüs en al Zijn heil hem personeel geschonken is of wordt in de aanbieding. Zulk eene leer kon men (het was onmogelijk) niet overeenbrengen met de leerstukken der Hervormde Kerk, aangaande de eeuwige onveranderlijke bepaling van God, die geenszins

Sluiten