Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over redding uit den drukkenden nood, maar niet over de oorzaken en redenen die hem hadden te weeg gebragt. Er was toen onder de Godvruchtigen vrij algemeen verwachting dat God ook nu ons verlossing zou zenden, gelijk in het jaar 1787 was gebeurd; hiermede vleide men zich , terwijl men geen acht sloeg op de toenemende aanleiding, den Heere gegeven , om met Zijne oordeelen tot verdelgens toe door te trekken. Het ontbrak den vromen aan schuldgezigt en verootmoediging voor God, tegen wien ook zij hadden gezondigd. Vandaar , ijverloosheid , trage handen, slappe knieën. Ach! hoe weinig was er bij hen een onderzoeken en doorzoeken van hunne eigene wegen en een wederkeeren tot den Heere. Hoe weinig ingang vond een woord van aansporing daartoe; zij konden geene bestraffing verdragen. Als eene proeve om de gesteldheid diens tijds te kenschetsen, mag ik deze mijne ondervinding opgeven. Een gezelschap van Godvruchtigen in Amsterdam, getroffen, ja verbrijzeld door al den jammer, die Staat en Kerk en ook hen overstelpte, kwam overeen om den 19don Januarij, den dag van Nederlands val, afgezonderd te houden tot een dag van verootmoediging en zich dan met vasten en bidden voor den Heer te stellen. Zoo geschiedde het; maar dit voorbeeld werd door anderen in gecnen deele nagevolgd. Eerst waren de zamenkomsten van dit gezelschap talrijk en opwekkend. Helaas ! de ijver verflaauwde ras, de deelnemers verminderden van tijd tot tijd, en schoon de behoeften dezelfde bleven, ja meerder werden , zoo zag men zich gedwongen, ten jare 1806 die zoo noodige en nuttige werkzaamheid te staken. -

Nog duidelijker werd deze doodelijke flaauwheid der Godvruchtigen bij de invoering van het Nieuwe Gezangboek in de Kerk. Waar waren zij, die zich met kracht daartegen stelden ? Waar waren de Leeraren, die de gemeenten aantoonden wat er in dat boek en in de wijze van invoering verkeerd en onwettig was? hetgeen toch zoo gemakkelijk gedaan had kunnen worden. Waar de Leeraars die de gemeenten tegen het kwaad waarschuwden, dat toch hun dure

Sluiten