Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

troosting. Wij weten het dat de poorten der helle de gemeente niet zullen overweldigen, en dat jezüs Zijne schapen bewaren zal , zoodat niemand ze uit Zijne hand zal kunnen rukken. Beloften echter voor eene bepaalde gemeente, of voor eenig bijzonder land en volk, geloof ik niet in het Woord Gods vervat te zijn. Voor het oude volk van God, de beminden om der vaderen wil, zijn er beloften van bekeering en wederaanneming. Hiervan spreekt Apostèl paolus duidelijk Rom. XI. Hij stelt daar Israël tegenóver de Heidenen. Israël noemt hij : »natuurlijke takken;" de Heidenen , zegt hij , »afgehouwen te zijn uit den olijfboom, die van nature wild was, en tegen nature ingeënt in den goeden olijfboom, van welken eenige takken zijn afgebroken, in wier plaatse zij geënt zijn en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mede deelachtig geworden." Hij bedreigt voorts de Heidenen, »dat God, die de natuurlijke takken niet gespaard heeft, ook mogelijk hen niet zal sparen; dat zij in de goedertierènheid niet • blijvende, ook afgehouwen zullen worden." Hij gewaagt verder van Gods magt, om »die afgehouwen takken weder in te enten in hunnen eigenen olijfboom." Hij geeft eindelijk te kennen dat God die magt gebruiken zal, »de verharding die voor een deel over Israël gekomen is, wegnemen en geheel Israël zalig maken." In dit alles vind ik geen grond van hoop voor de Kerk uit de Heidenen; geen bewijs dat er herstel te wachten is, uit den vervallen toestand, waarin de Kerk, ook in Nederland, gezonken ligt. Veeleer het tegendeel. Daar zijn dr die aan de bekeering van Israël de verwachting verbinden van eenen ongemeenen bloeistaat der Kerk. Zij wachten dien zelfs binnen weinig jaren. Is dat, omdat pablos der Joden bekeering gelijktijdig stelt met »het ingaan van de volheid der Heidenen?" Maar is »volheid" hier eene zoo groote menigte? of wil de Apostel zeggen »het volle getal," dergenen namelijk die naar Gods raad zalig zullen worden? De Heer getuigt (Luk. XXI: 24) »dat Jeruzalem van de Heidenen vertreden zal worden, totdat de tijden der Heidenen vervuld zullen zijn."

Sluiten