Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien Rotssteen. Wat zou hen kunnen schaden, wie niets zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die daar is in christüs jezds , onzen Heere ?

besluit.

Aan het einde onzer beschouwingen van den staat der Kerke Gods genaderd, hebben wij de slotsom opgemaakt. Wij vonden stof tot verheerlijking van God, die Zijne Kerk gesticht heeft op de in het booze liggende wereld, ofschoon wij bij de donkerheid, die Gods weg met Zijne Kerk vaak omgeeft, ons tot eerbiedig zwijgen genoopt zagen.

De vraag of er, bijzonder voor ons dierbaar vaderland en de Kerk hier gesticht, hope was, hebben wij beantwoord, zoo als ons geweten het ons ten pligt stelde, dat niet verkracht mag worden, hoewel het hart misschien een ander antwoord wenschte.

Wij hebben getracht aan te wijzen welke onze roeping is, opdat wij niet ouder die zouden schijnen te behooren, die zich met louter klagen. en werkeloos treuren vergenoegen. Roeping van Koning en volk; roeping bepaaldelijk van de echt Godvruchtigen onder ons; van wie immers, zoo van iemand, verwachting is, dat zij den aangewezen weg goedkeuren zullen en bewandelen. Daarbij wezen wij op hun waar belang en openden een bemoedigend uitzigt voor de aan hunne roeping gaarne getrouwen.

Daar blijft ons niet over dan een biddend afscheid van den lezer te nemen.

Vaartwel, mijne vrienden! en neemt nog deze herinnering, uit al het geschrevene afgeleid, met u. Het eerste Evangeliewoord kondigde voor de Kerke Gods op aarde eenen gedurigen strijd aan. Het laatste woord des koningrijks (Openb. XXII) belooft de onvergankelijke kroon aan de overwinnaars. Zoo dan, elk geloovige zal te strijden hebben zoo lang hij hier beneden leeft, maar stervende zal hij alles gewinnen. De

Sluiten