Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schenking behoorden; en die zouden dan regt hebben om aan de diakenen of armmeesteren te zeggen: het is ons gemaakt, verdeelt het onder ons? Zoo weinig is zoogenaamd armengoed eigendom der armen, dat, als de kerkelijke armbesturen goedvinden om de bedeelingen in te krimpen, niemand dan de kerkelijke gemeenten en kerkbesturen, waaronder zij ressorteren of waardoor zij aangesteld zijn, er iets mede te maken zouden hebben; dat niemand ter wereld hun in regten er eene actie over zoude kunnen aandoen, dan alleen zij, aan wien zij rekenpligtig zijn, en dat zijn noch de armen zelve, noch de toeziende voogden der armen, waartoe de voorgedragene wet de Burgemeesters of den Minister zoude willen promoveren.

Ik heb hierbij mogelijk wat lang stilgestaan; maar het is van het grootste belang, dat op dit punt, waarvan zeer veel afhangt, geene gevaarlijke verwarring van denkbeelden heersche.

De goederen, aan kerkelijke armbesturen geschonken of verkregen door ongebruikte liefdegiften, zijn en blijven het eigendom der kerkelijke gemeenten, waarover zij naar kerkelijke regeling kunnen beschikken, en- die beheerd worden door hen, die uit die gemeenten door de kerkeraden zijn gekozen, aan wien de bestuurders dan ook rekenpligtig zijn. Voor de yrigtige administratie van die goederen moet de kerkelijke gemeente en geenzins de Staat zorgen; even als ieder particulier zorgt, dat zijn mandataris zijn pligt doet, en niet de Staat. ' Eindelijk worden ten vierden de subsidiën aan de armbesturen als een kwaad'beschouwd, dat nog niet

Sluiten