Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan worden weggenomen, maar voor de toekomst binnen bepaalde grenzen beperkt moet worden. . Indien het streven der Regering, om de werking der burgerlijke armbesture» uit te breiden, niet duidelijk bleek, zoude men met dit beginsel vrede kunnen hebben, omdat men er dan in zien zoude eene strekking, om de armenbedeelingen in het algemeen zoo veel mogelijk in te krimpen. Nu de beperking slechts moet strekken, om meer ruimte aan de burgerlijke armbesturen te geven, die een veel grooter kwaad zijn,' dan de kerkelijke armbesturen, is het aftekeuren.

Het is eene ongelukkige waarheid, dat, wat men ook moge beproeven, er altijd behoeftigen zullen bestaan. Vele ouden, ziekelijken, weduwen en wezen, buiten staat om voor zichzelven te zorgen, zullen wel altijd de hulp van anderen behoeven. De Christelijke weldadigheid behoort er in te voorzien; maar dan moet ook die weldadigheid, door de kerkgenootschappen ingeroepen, van dezen uitgaan. Door de diakoniën kunnen de behoeften der armen het best worden gekend en nagegaan, en in verband met godsdienstig en zedelijk onderwijs en opvoeding gelenigd of opgeheven: dat verband toch alleen kan het geven van onderstapd doen strekken tot voorkoming van luiheid en lediggang. In de plaats dus van op te heffen moest men integendeel trachten langzamerhand alle armenverzorging op de kerkehjke armbesturen over te brengen, en dan konde er later over worden gedacht om de subsidiën langzaam te doen ophouden. Dat er in de kerkelijke inrigtingen

Sluiten