Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des noodig met overlegging van het besluit van den kerkeraad, en dan kan de burgemeester, indien de Minister voor de orde zoo bezorgd is, aan ieder der diakenen of collectanten een agent van politie medegeven.

Art. 23. Hoezeer de strekking is om de vrije werking der instellingen van weldadigheid te belemmeren, ziet men alweder uit dit Art. Eene weldadige instelling, aan eene kerkelijke gemeente behoorende, heeft subsidiën uit de gemeentekas genoten, zoo is het regel of gebruik geworden om hare rekening over te leggen, en nu kan op grond van dit Art. door het gemeentebestuur van haar geëischt worden, ook ook voor het volgende jaar, en let wel, om het even of er al dan niet subsidie noodig zal zijn, eene begrooting in te dienen, niet als kennisgeving, maar ter goedkeuring, waardoor zij geheel afhankelijk van het gemeentebestuur is

Aan de wet wordt alzoo eene terugwerkende kracht gegeven. Omdat gij, toen de conditiën van de wet nog niet bestonden, subsidiën genoten hebt, zijt gijvoortaan aan die conditiën gehouden, al verlangt gij ook geene subsidiën meer. Voorwaar eene fraaije, billijke en vrijgevige stelling. Dat overigens de instellingen van weldadigheid, die na de invoering der wet subsidiën ontvangen, aan de gestelde conditiën onderworpen zijn, niets is billijker; het burgerlijk bestuur toch moet kunnen nagaan, of het subsidie te regt gevraagd en goed besteed wordt, al dan niet.

Een van de moeijelijkste punten van de wet is het domicilie van onderstand. Al begrijpt men ook, dat de diakoniën en particuliere instellingen met zoodanig

Sluiten