Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

perismus, dat de menscben niet leeren een bepaald werk goed te verrigten?

Toenemende behoeftigheid en grootere verbastering van de arbeidende klasse. Zietdaar het zwart tafereel, dat de voorgestelde wet voor de toekomst geeft en men werpe mij niet tegen, dat de wet tegen de toenemening van ondersteuning heeft gewaakt door de bepaling van Art. 53: zooveel plaatselijke omstandigheden en middelen gedogen. Want deze woorden slaan slechts op de werkverschaffing. Gedogen plaatselijke omstandigheden en middelen niet, dat men werk voor loon laat verrigten, dan moet er onderstand plaats hebben; omdat de aanvraag om werk of onderstand van den behoeftige vooruit gaat en, gelijk wij boven betoogd hebben, die aanvraag niet geweigerd kan worden, als slechts de behoeftigheid bewezen is. In de plaats dus van vrijheid te laten aan de bestoren van instellingen van weldadigheid, van de gemeenten uitgaande, of gecombineerden, vordert het belang van den Staat, dat er grenzen worden gesteld, waarbinnen zij zich zullen hebben te houden.

De wet behoorde daartoe te bepalen:

a. Dat voortaan ieder, die werken kan, voor zich en zijn gezin zelf zorgen moet en geene ondersteuning te wachten heeft.

b. Dat aan hen, die zoodanige ondersteuning thans genieten, telken jare minder zal worden gegeven, in voege dat de ondersteuning van wege de burgerlijke armbesturen in een bepaald tijdsverloop van tien jaren geheel zal ophouden.

Sluiten