Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c Dat geen hoogere sommen voor het armwezen op de budgetten der gemeenten dan thans zullen mogen worden gebragt, en zoo meer, ik stip hier slechts aan, omdat het mijn doel niet is een uitvoerig werk over het pauperismus te schrijven.

De bepalingen in Art. 53 zijn nuttig, maar kunnen niet verbindend verklaard worden voor de diakoniën, voor wie zij bovendien bijna onuitvoerbaar zijn; want zelve werkinrigtingen daar te stellen, zoude zeer dikwijls hare middelen te boven gaan, zich met de gemeentebesturen vereenigende zouden zij hare zelfstandigheid opgeven, dat voor haar niet raadzaam is.

Art. 66 is zeer onduidelijk. In Art. 47, waarop wordt gewezen, is gesproken van een behoeftige, die zich bevindt ter plaatse van zijn domicilie van onderstand, de bepalingen van Art. 58 en 59 spreken van onderstand buiten de plaats van het domicilie uitgereikt. Wanneer het Art. 66 doelt op ondersteuning buiten het domieiïie uitgereikt, is het in strijd met Art. 56, is er gedoeld op ondersteuning ter plaatse van het do', micüie, dan is het Sn strijd met het regt in Art. 51 gegeven, om ook onganstig op de aanvraag om onderstand te beslissen.

Ik wensch de burgerlijke armbesturen; — want op de anderen kan weder dit art. evenmin als zoovele andere niet toepasselijk gemaakt worden; — ik wenseh, zeg ik, de burgerlijke armbesturen geluk met de bepahng van Art. 71. Wat eene groote mate van naauwkeurigheid zal er moeten worden ingevoerd! Niet alleen toch zal nu boek moeten gehouden worden van elke maat gort, van eik twintigtal turven en zoo meer,

3

Sluiten