Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christiaan van Brunswijk met zijne horden op het bisschopstift los. De oversten vonden het raadzaam de jeugdige ordebroeders uit Paderborn te verwijderen en Kircher werd met eenige gezellen naar Keulen gezonden. In de dicht met sneeuw bedekte velden geraakten zij in eene eenzame streek het spoor bigster, en na tot het vallen van den nacht te hebben rondgedwaald waren zij op het punt van hongeren vermoeienis te bezwijken toen Athanasius in de verte een lichtje zag flikkeren; aanvankelijk door den bewoner der hut afgewezen, kregen zij echter na herhaalde smeekingen een stuk zwart brood dat hun het leven redde. Nog grooter gevaar liep onze jeugdige ordebroeder toen hij te Dusseldorp met zijne gezellen den toegevroren Rijn moest oversteken. Eenige schippers, die insgelijks de rivier over wilden, wezen hun verraderlijk een weg, dien zij als gebaand voorstelden, met het doel om zich ten hunnen koste te vergewissen of de overtocht daar Verkelgk veilig was. De argelooze jongelieden schenken den bedriegers geloof; als de moedigste van allen gaat Kircher vooruit, op telkens tien passen afstand door de overigen gevolgd. Ongeveer op het midden der rivier ziet hij een open vak waar het water met snelheid door stroomt; op zijne waarschuwende stem snellen zijne gezellen ijlings naar den oever terug. Hij zelf gaat nog eenige schreden voort om te zien of iets verder de overtocht mogelijk was, toen hij plotseling op een afbrekende ijsschots in het open vak stroomafwaarts wordt medegesleept, tot groote ontsteltenis zijner broeders die hem weldra uit het oog verloren. Door van de eene drijvende schots op de andere te springen geraakt hij weder op bet vaste ijs en was reeds den oever genaderd toen hij zich voor een tweede open vak ziet geplaatst. Onverschrokken springt hij te water om zwemmende den oever te bereiken; door het ijskoude water bevangen en door zijne kleederen belemmerd was hij op het punt wég te zinken toen hij gelukkig grond onder de voeten voelde en dus over den bodem voortloopende den stroom verder dóorwaadde. Na een marsch van drie uren in zijne

Sluiten