Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze een onderaardsche wind te voorschijn kwam; maar Kircher kon hier niets van waarnemen evenmin als de bewoners der streek er ooit iets van gemerkt hadden, zoodat hij aan die fabel voor goed een einde maakte.

Zijn vrijen tijd besteedde hij voor een groot deel aan de studie der hieroglyphen, waartoe hij, gelijk gezegd is, te Spiers den eersten stoot had ontvangen. Ter zelfder tijd woonde in het naburige Aix de geleerde Nicolaas Peiresc een edelmoedig man die alle aankomende talenten bemoedigde en ondersteunde. Hg zelf had zich eenigen tijd op die verborgene wetenschap toegelegd, en eene aanzienlijke verzameling gemaakt van hieroglyphische teksten boeken munten en andere oudheden die deze studie konden bevorderen. Op zekeren dag vertoonde Kircher, die spoedig met Peiresc vriendschap had gesloten, den Pranschman eene proeve van hieroglyphen-verklaring welke dezen zoo sterk beviel dat hij zonder eenig spoor van afgunst den jeugdigen Duitscher, wiens verstandelijk overwicht hij ongetwijfeld erkende, zijne geheele verzameling ter beschikking stelde. Nog meer, hg was het die Kircher's beroeping naar Rome bewerkte daar hij te recht oordeelde dat nergens zoo vele hulpmiddelen voor handen waren om de Egyptische oudheidkunde te beoefenen.

IV.

Omstreeks het jaar 1633 mocht Kircher na zooveel omzwervens eindelgk hopen te Avignon een blij venden en vruchtbaren werkkring te hebben gevonden, toen plotseling het bericht aankomt dat Keizer Ferdinand II den jeugdigen doch reeds beroemden geleerde als professor aan de hoogeschool te Weenen verlangde. Het verzoek van den edelmoedigen vorst kon niet worden afgeslagen, en de oversten der orde gaven Kircher bevel naar Weenen te vertrekken. Ofschoon zijne Egyptische studiën klaarblijkelijk hierdoor in de waagschaal gesteld werden, maakte de gehoorzame reli-

Sluiten