Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beoordeelaars veel geleerde onderzoekingen die, al is hunne uitkomst betwistbaar, toch even als de andere geschriften, de ontzettende eruditie van Kircher aantoonen.

V.

Te recht kan men zich afvragen hoe een menschenleven toereikend is voor zulke uitgestrekte onderzoekingen op het gebied der geschiedenis der oudheidkunde en taalvorsching, en toch vormen deze studiën slechts de helft van Kircher's wetenschappelijken arbeid; zijne nasporingen op het gebied der natuurkunde waren niet minder omvangrijk, en wat meer zegt, zij hebben meer uitkomsten van blijvende waarde voor de wetenschap opgeleverd.

Behalve de reeds bovenvermelde verhandelingen over de magneetkracht schreef hij nog een paar andere boeken over hetzelfde onderwerp. De „Ars magnalucis etumbrae" werd het eerst in 1646 te Rome gedrukt en in 1671 verscheen daarvan te Amsterdam eene verbeterde en vermeerderde uitgave, een groot in folio van 810 bladzijden. Bij dit ontzaglijk werk zullen wij eenigzins langer stil staan, wijl het verschillende destijds geheel nieuwe onderzoekingen bevat die ook nog heden hunne waarde behouden.

Over den aard van het licht had Kircher sommige denkbeelden die van eene diepe inzage getuigen en later schitterend zijn bevestigd; voornamelijk de analogie tusschen licht en geluid had hij goed begrepen: „Indien iemand, zegt hij op bl. 96 der Amsterdamsche uitgave, iets dieper in den aard van het licht doordringt, zal hij bevinden dat het niets anders is dan eene beweging overeenkomende met die der lucht bij het geluid." Eenige bladzijden verder de breking van het geluid besprekende noemt hij het geluid „den aap van het licht," tonus simia lucis. Niet alleen heeft hij de rol dien de dampkring in de tempering der zonnewarmte speelt althans gedeeltelijk begrepen, en in strijd met het gevoelen van vele zijner tijdgenooten de flikkering de ster-

Sluiten