Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sijn verborgen bestiering van so grooten gevaar had verlost.

Terwijl wij een plaats soeken om van so een schrikkelijke Aardbeving bevrijd te zijn, so kommenwe te Lopizium midden tusschen de stad Tropaea en de sterkte S. Euphemia, daar wij een bequame wind om over te varen wagtende, van de eene sijde door de ongestuimigheid der Zee en van de andere sijde door de neergestorte Huisen en verwoeste Dorpen verveerd gemaakt werden. In dese ongevallen slaa ik mijn oogen wat naukeurig na Strongilus 't sestig mijlen van daar gelegen, en sag het selfde op een ongewoone wijse woeden, want het scheen geheel met vuuren vervuld als of het vuurige Bergen waren; een schrikkelijk gesicht dat de alderkloekmoedigste soude verveeren en ontzetten. Ondertusschen werd een geluid als een Donder gehoord, doch om de veer afgelegentheid wat doover 't welk allenskens aangroejende onder de aarde voortkroop en aangroeide tot dat 'et onder onse voeten was, daar de aarde so geweldig geschut werde, datwe niet langer konden staan, maar ons self aan de struiken en boomen moesten vast houden.

Op die selfde uur gebeurde een aanmerkelijke en eenige gedachtenis weerdige saak, namelijk de omkeering van de vermaarde stad S. Euphemia die gelegen was aan de uiterste kant des Zee-boesems, onder het gebied van de Ridders van Malta. Na datwe dan als dood op de aarde liggende de geseide stad als met een wolke bedekt sagen, so is die wolk allenskens verdwenen, doch wij sagén geen stad noch eenig overblijfsel deszelfs, maar in deszelfs plaats een vuile Poel. Wij sogten menscben, die ons van dese ongehoorde saak souden onderrigten , doch vonden niemand. De schippers door so een vreemde saak verbaast, wierpen de riemen weg, sloegen op hare borst, en baden God om genade, verwagtende diergelijk ongeval of de jongsten dach. Eindelijk versterkt zijnde en gebiecht hebbende so hebbense het schip door de opsweUende baren aan de tegenoverige strand gebragt, daar wij aan Land

Sluiten