Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaande wederom menschen hebben gesogt, doch geene gevonden , behalven een jongen die als verbaast op de strand sat. Wij vraagden hem wat de stad S. Euphemia was overgekomen, doch kregen geen antwoord: want sijn tong was door de vreese en verbaastheid so gebonden, datwe noch door medoogende woorden, noch door gedienstigheden eenig woord hem uit de hals hebben konnen wringen. Hij wilde ook de voorgesette spijse niet nutten, maar scheen met sijn vingers de droevige ondergang van S. Euphemia aan te wijsen. Sijnde ontroostbaar en met een droevig gelaat even als een onsinnige, so loopt hij van ons in 't naaste Bosch, komende namaals niet meer te voorschijn.

Wij onse reis bevorderende door Nicastrum, Amantea, Paula, Beldeverium, sagen 200000 treeden veer niet anders als ingestorte Steden, Sterkten, Huisen en doode menschen, de levende in 't opene veld loopende en van vreese als ver welkerende, sodat de Jongste dach voor de deur scheen. Deze dingen met groote smerte en verbaastheid gesien hebbende so sijn we eindelijk na so veel gevaar ongelukkelijk te Napels gekomen."

De indruk dezer schriktooneelen moest te Napels echter terstond wig ken voor de weetgierigheid van den natuuronderzoeker die nieuwe gebaren ging trotseeren. Kircher wilde weten of de „Vesuvius in so groote ongestuimigheden eenige gemeenschap hadde met het eiland Strongylus en met den berg Aetna." Alleen voor grof geld kon hij een gids vinden, wijl de Vesuvius, ofschoon nog geen eigenlijken lavastroom uitstortende, toch eene verhoogde werkkracht vertoonde en de naburige bevolking vreesde dat de afgrond van S. Euphemia ieder oogenblik ook haar erfgrond zou verzwelgen: „En ik ben met hem midden in de nacht den Berg door verdraaide en verwerde paden opgeklommen, daar opgekomen zonde,,so bevondenwe den ganschen Berg door vuur verlicht te zijn met een ondraaglijke stank van Swavel en Iodenlijm. Over so een schriklijke vertooning

Sluiten