Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

insekten die in de zoogenenaamde galnoten en in verschillende vruchten voorkomen.

In de latijnsche uitgave van 1665. P. II. Sect. II. Lib. XII. C. IV. 1) lezen wij: „Ik herinner mij dikwijls in de doorgehrokene blaasjes van den mastikboom, van den olm den terpentijnboom in die welke op de bladeren der eiken groeien, ik weet niet welk broeinest dusdaniger beestjes gevonden te hebben, gedeeltelijk onder de gedaante van eijeren, gedeeltelijk ook onder die van reeds gevleugelde diertjes want de blaasjes onder een omgekeerd glas bewaard brachten gedeeltelijk kleine vliegjes gedeeltelijk muggen voor. Dit alles verzoek ik den lezer waar te nemen, want het is eene bewonderenswaardige zaak. Indien gij vraagt van waar de blaasjes zulke zaden verkrijgen, antwoord ik uit het opzitten van verschillende soorten van vliegen ten tijde dat de blaasjes nog niet hard zijn maar den vorm van bloemen vertoonen; want als de verschillende vliegen daar opzitten vervullen zij het binnenste der bloem met hun zaad, en vervolgens daar als in eene baarmoeder opgesloten brengen zij de zoo even genoemde diertjes voort.''

Men ziet hoe Kircher reeds voor 1665 wist dat de insekten in die plantaardige voorwerpen niet door zelfwording maar door afstamming uit oudere insekten ontstaan,' maar hij meende toen nog dat het moederdier in de bloem besloten bleef, misleid door het feit dat deze diertjes dik-

1) Nam saepe observasse me memini, in folliculis Lentieci, ulmi terebinthi, et quae quercuum foliis adnascuntur, ruptis, nescio quod seminarium hujusmodi bestiolarum, partim sub forma ovorum, partim etiam sub bestiolarum jam alis instructarum reperisse; folliculi enim vitro in verso subditi, partim Cyniphes, partim culices exclusisse. Quae omnio Lectorem observare velim est enim res admiratione plena. Si quaeras, unde folliculis hujusmodi semina aceidant; Dioo ex variarum muscarum insessu eo tempore, quo necdum folliculi induruerunt, sed sub forma florum spectantur hisce enim variae musoae insidentes, fioris intima semine suo replent quae deinde veluti intra matricem clausae, ea, quaediximus animalcula producunt."

Sluiten