Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bevorderen, de kerkelijke administratie te helpen, door het verstrekken van Kiezerslijsten enz., terwijl de Synode daartoe magtiging zou hebben verleend. Naauwkeurig is berekend, als men de voorschriften of bevelen volgde, dat men vóór het verstrijken van den bewusten tijd gereed kon zijn.Geen wonder, dat deze maatregel, vooral aan de besturen, die door Koninklijk besluit vrij waren gesteld van de ten jare 1819 ingevoerde kerkverordening, en volstrekt in geen de minste betrekking gestaan hadden tot de genöemde Collegiën van Toezigt, vreemd en onverwacht voorkwam, en tot overwegingen en vragen leidde: wat moeten wat kunnen wij doen? Is die verordeningnoodig, is ze wettig, is ze wenseheKjh? Niet ontijdig, niet ongepast achten wij het daaromtrent onze gedachten te openbaren, hopende'daardoor aanleiding te geven tot gedachtewisseling in 't openbaar over eene zaak van zoo groot getfigt en die zoo diep ingrijpt in vele en hooge belangen. Volledigheidshalve zal het niet onnuttig zijn, waar velen, ja administrateurs zelf, niet altijd zoo met den loop van zaken bekend zijn, waar wij onze antwoorden op de daar aangegeven vragen willen mededeelen, kortelijk de geschiedenis aan te stippen. Na 't jaar 1795 hadden de verschillende regeringen, die nu eens de kerkelijke goederen als wettig eigendom erkenden, straks weder zich daarover de eigenmagtige beschikking aanmatigden, alles in onzekerheid en verwarring achtergelaten. Dit was de aanleiding, dat Willem de Eerste zich geroepen gevoelde deze zaak te regelen.

In 1819 werd onder zijne regering, het bestuur over de kerken en eigendommen der Hervormde gemeenten georganiseerd, terwijl deze in het wettig bezit harer goederen

Sluiten