Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1867, ten einde gelegenheid te hebben die regeling ten uitvoer te leggen. Dan wordt het reglement van 1819 voor vervallen verklaard en alle besluiten buiten werking gesteld die daarop betrekking hadden, of er uit zijn voortgevloeid. Een Algemeen Collegie van Toezigt werd aangesteld, de provinciale Collegiën werden gezuiverd van heterogene deelen en eerstgenoemd Collegie was belast, zoo lang toezigt te hebben over de administratie. Een nieuw Ministerie kwam ten jare 1866 aan het bewind, doch had een kortstondig bestaan. De Minister Pické gevoelde zich echter vóór zijn aftreden, genoopt het plan van zijn voorganger ten uitvoer te brengen en vergezeld van den Administrateur, gaf hij aan de Commissie van Toezigt het beheer over de Kerken enz. over, doch met de uitdrukkelijke bepaling dat zij niet wetgevend of reglementerend mogt optreden. Het opvolgend Ministerie, meer behoudend, herstelde weer de Ministeriën van Eeredienst en vertraagde de rigoureuse scheiding van Kerk en Staat. Gevallen, werd het ministerie vervangen door 't liberale element en de Minister van Bosse , van wien de handeling uitgegaan en door wien het besluit genomen was. De Commissie werd tot verantwoording geroepen en gevraagd wat ze had gedaan. Door 't eene bewind beperkt, door 't andere tegengehouden, door het derde gedrongen, vroeg zij wat te doen, hoe zich te redden en besloot een Reglement te maken en der Kerk maar op te geven. Aan den Minister kon nu het werk getoond en de Kerk gezegd worden hoe veel zorg en liefde men voor haar gevoelde. Der pas mondig gewordene kon men nog geen eigen beheer toevertrouwen; een band werd voor haar gemaakt, knellender dan toen zij minderjarig was. Der jeugdige wordt gezegd: gij

Sluiten