Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOEKENDE LIEFDE.

Want de Zoon des mensclien is gekomen, om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.

Lok. XIX: 10.

Het zelfde voorwerp kan te gelijk groot en klein genoemd worden, indien het naar eenen dubbelen maatstaf wordt beoordeeld. De berg is groot in betrekking tot den heuvel, en beide zijn klein, vergeleken met de aarde. Het geringere onderscheid lost zich op in het grootere. Daarom maakt het ook een-groot verschil, of men de menschen beschouwt in betrekking tot elkander dan wel tot God. Te regt noemen wij den eenen mensch beter dan den anderen; maar de beste en slechtste naam, dien God ons geven kan, is zondaar. Het eindige verschil verliest zich in het oneindige. Het was dus niet slechts om zich te vernederen dat Jezus onder tollenaars aanzat, want dit deed Hij evenzeer wanneer hij met Farizeën verkeerde. De discipelen verwonderden zich, dat Hij met eene vrouw sprak, doch met evenveel regt konden de geesten rondom den troon er over verbaasd staan, dat Hij Nikodemus ontving. Maar wij zouden niet geleerd hebben hoe diep zijne liefde afdaalt, hoever de genade zich uitstrekt en wat zij is, indien Hij met de Herodessen, de Gamaliëls, de Jozefs omging, met hen, die wij groot, of heilig noemen; neen! daartoe moest Hij de slechtsten opzoeken, „een „vriend van tollenaars" zijn. „Genade" is een woord, hetwelk dan eerst eene beteekenis krijgt, wanneer wij zien wien genade bewezen werd. „Zoekende liefde"

1

Sluiten