Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat ben ik! als dat waarheid is, dan zoekt Hij ook mij! mij! en nu kom ik u zeggen, mijnheer! dat Hij zich over mij heeft ontfermd." Dieper dan Jezus liefde kunnen wij met onze roepstemmen nimmer afdalen.

„Zijt gij te slecht!" Ik ben verzekerd, dat mijn tekst u geene aanleiding geven kan om dit te onderstellen. Wanneer gij zeidet: „Ik ben te goed! dan zoude ik denken : Welnu, daarvoor bestaat eenige grond, want er staat duidelijk, dat de Zoon des menschen gekomen is, om verlorenen te zoeken. Maar weet gij wel, dat wie tot Jezus komt al zijne trappen van vergelijking moet vergeten? Te slecht zijt gij, omdat gij meent nog beter te kunnen en te moeten zijn om u genade waardig te maken. Op dit punt kan ik volstrekt geen troost geven. Ik moet u zeggen: Gij zijt nog slechter dan slecht, nog erger dan gij denkt. Gij zijt verloren,.

„Weet gij dit," welnu dan behoeft gij niet meer te leeren, wat een ieder weten moet, zal hij een zoekenden Zaligmaker noodig hebben; dan weet gij reeds wat uw eenigste troostgrond- is. Genade keurt af, eveneens als de wet, maar op tegenovergestelde gronden. Eéne zonde slechts verdoemt u voor de wet; ééne geregtigheid voor de genade; iedere schrede tot de overtuiging dat gij verloren zijt, is eene schrede om behouden te kunnen worden. „Te ver afgedwaald" kondt gij zijn, indien Jezus slechts een gids was, maar Hij is de weg en brengt dien tot u; allen, tot wie Hij komt, zijn even digt, daarbij even ver daarvan verwijderd. Van iedere steen in Paddan Aram, ligt voor Jacob de weg naar den hemel; in eiken toestand zoekt ons de Heer; waar de wet, vermaningen en menschelijke liefde niet komen kunnen, daar komt en voert Hij ons uit.

2. Er komt eene roepstem tot den Christen: Gij Mijn discipel, Ik wil Mijne genade verheerlijken en toonbeelden

2

Sluiten