Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft men ook zilveren hostiedoozen, fraai bewerkte wijnkannen, bekers op hooge voeten, en kleine zilveren presenteerbordjes, en voor de privaat communie in een foedraaltje een klein zilveren kelkje, waaronder eene bergplaats voor een ouwel, met een haakje af te sluiten, en waarop een zeer klein zilveren bordje past. Bij de Hervormden en andere Protestantsche gezindten zijn doorgaans de Avondmaalsbekers, schotels en kannen eenvoudiger en zonder beeldwerk. In ons vaderland zijn, bij de afschaffing der ouwels, de hostiedoozen met groote schotels verwisseld, waarop het brood ligt. Soortgelijke doozen behoefde men in den eersten tijd niet, omdat alles opgebruikt, of het overblijvende aan zieken en reizenden gegeven werd. Voor de eersten is later door de voorgangers een stuk in wijn gedoopt brood bewaard, om daarmede in doodsnood te bedienen; de laatsten bewaarden zulk een ingedoopt en daarna gedroogd stuk, en gebruikten het met water doorweekt. In de 6e eeuw werden de overblijfsels te Jeruzalem verbrand, volgens Levit. VH: vs. 17, en die te Constantinopel aan de schoolkinderen gegeven. In de Boomsche kerk bewaart men de oblaten volgens de voorschriften der Trentsche kerkvergadering : zoo ook in de Luthersche de ouwels, terwijl de koster den overschietende wijn behoudt. Hoogst onvoegzaam vind ik het drinken van den overgebleven

Sluiten