Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beker en het brood, dat echter, even als in de Hervormde kerk, overeenkomstig de Schrift gebroken wordt. In de oude kerk namen de Diakenen de oblaten of aangeboden offergaven uit de handen der leden, zoodra zij geroepen hadden : laat ons bidden, en gedurende het gezang, daarom offertorium genoemd. Daarna werden allen opgeroepen, om staande te bidden, gelijk altijd met het aangezigt naar het altaar. In de Oostersche kerk werd vóór het begin der communie, in de Westersche na de inzegening de broederkus gegeven, afgeleid uit Kom. XVI: vs. 16, 1 Cor. XVI: vs. 20, H Cor. XHI: vs. 12, I Thess. V: vs. 26 en I Petr. V: vs. 14. Als de Diaken geroepen had : kust elkander, kusten de Geestelijken den Bisschop, de mannen elkander en de vrouwen elkander. Nog in de 8e en 9e eeuw bestond deze gewoonte, doch in de 13e heeft het lastige en onhebbelijke daarvan aanleiding gegeven tot het invoeren van een kustafeltje, zijnde een plankje met het kruisteeken of het afbeeldsel van Christus. Het ging van hand tot hand, en werd door ieder gekust. In de 16e eeuw was deze gewoonte reeds in verval, en sedert heeft niemand zich geroepen gevoeld, om het broederlijk kussen op het plankje te herstellen.

Gedurende de Communie werd in de oude, en wordt nog in de Grieksche, Eoomsche en Luthersche (ook

Sluiten