Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Evangelische) kerk gezongen, bij afwisseling door de Gemeente en het koor. Daartoe dienden Ps. 33, (bij ons 34) wegens vs. 9, Ps. 42, 45, 139, 143, 145, later het »lam Gods onschuldig" Paus SER©ius I. (687) heeft het gemeenschappelijk zingen van dit gezang door Priesters en volk beide verordend : want vroeger werd het alleen door den Priester gezongen. Bij de Lutherschen wordt aanhoudend gezongen, bij de Hervormden wordt het zingen met lezen uit de H. Schrift afgewisseld. Het paarsgewijze naderen der Communicanten in de Roomsche en Luthersche kerk berust op Mark. VI: vs. 7. Sedert de 4e eeuw communiceert de geestelijkheid in het koor bij het altaar, maar de gemeente voor het hek, dat het koor van het schip der kerk afscheidt In den eersten tijd zat men aan tafel, gelijk later bij de Hervormde en andere Protestanten, enthans ook in sommige Luthersche Gemeenten. Vóór de 12e eeuw ontving men staande, daarna knielende, gelijk nog de Roomsche, Grieksche, Luthersche en Engelsch-Episcopaalsche Christenen; in Zwitserland staan de Hervormden rondom de tafel, zoo ook vele Luthersche Gemeenten van ons Vaderland. Na de 4« eeuw is eene zekere rangorde ingevoerd, zoodat eerst de Bisschop, dan de Presbyters, Diakenen, Onderdiakenen, Lezers, Zangers, Diakonessen, Jongedochters en Weduwen, Jongelingen en eindelijk het volk, eerst de mannen,

Sluiten