Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sedert den tijd van okegorius den grooten had men de uitvoeriger spreekwijze : het ligchaam {bloed) van onzen Heer J. C. beware uwe ziel, (soms met bijvoeging : tot het eeuwige leven, of ook : dit strekke u tot vergeving van zonden en ten eeuwigen leven.) Toen de hostie in den wijn gedoopt gegeven werd, zeide de Priester : het ligchaam van onzen Heer J. C. in zijn bloed gedoopt beware uwe ziel tot het eeuwige leven. Niet zelden werden deze spreekwijzen nog uitvoeriger. In de Grieksche of Russische kerk noemt de Priester den naam van den Communicant, terwijl hij spreekt in den derden persoon : N. JV., knecht Gods, ontvangt enz.

Na de vaststelling van de transubstantiatie sprak de Priester in de Roomsche kerk : neemt en eet, dit is het wake ligchaam (bloed) enz.

Zoo is het in de Luthersche kerk gebleven, totdat in deze eeuw bij vele gemeenten het bijgevoegde ware is weggelaten; dat ook in de Saxische Agende en in het formulier bij de Gemeenten in ons vaderland niet eens voorkomt. Bij de vereeniging der Lutherschen en Hervormden tot eene Evangelische kerk is in Pruissen bepaald, alleen de woorden der instelling te spreken op deze wijze : onze Heer en Heiland J. C. zegt: dit is enz. De oude Holsteinsche Agende verbood iets te zeggen, omdat de woorden der instelling

Sluiten