Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 Mei 1810 het gevolg werd. Na de gelukkige en zegenrijke omwenteling van 1813 is deze negotie op nieuw door hem opgevat met zijnen oudsten zoon Lambertus Vincentius, die onder Gods zegen dezen handel onder de Firma L. V. Ledeboer & Zonen tot eene ongekende hoogte bragt, tot dat ook hij, moetende zwichten voor den geest der tijden, die deze rijke bron van bestaan in de zoogenaamde tweede hand vernietigde, als laatst overgebleven groothandelaar in dit vak te Botterdam in 1855 zijne zaken eindigde. Met medewerking van zijne zonen Johan Christiaan en Adriaan Pieter verving hij zijne zaken door het oprigten van eene kolossale stoomfabriek van wollenmanufacturen en van eene geoctroijeerde machinale weverij in de gemeente Tilburg onder de oude Pinna. De heer Adriaan Pieter, de jongste der zonen, vertrok in 1855 met der woon naar Tilburg en leidt verder aldaar met veel bekwaamheid en vrucht de zaken. Hij was 27 Junij 1851 gehuwd met Susanne Browne.

Gedurende den zoogenaamden Franschen tijd en de hierdoor veroorzaakte stremming van den Engelschen handel verving hij den te niet geganen handel door eenen in ruwe wol, in compagnieschap met zijnen aangehuwden broeder Paulus Johannes van den Ende (7), met wien hij bovendien in eene negotie van lakens en zijden stoffen geassocieerd was, in een huis door den laatsten bewoond. Deze handel in ruwe wol, onder de Firma Ledeboer, van den Ende en comp. gedreven, werd door de veelvuldige verzendingen dezer

Sluiten