Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

crisissen, die ons vaderland gednrende zijnen leeftijd beknelden, meer dan eene bijzonderheid in het geheugen ligt. En toch had hij op vroegeren leeftijd, toen nog minder kloek en even als zoo vele anderen door de tijdsomstandigheden verrast, bij de rampzalige tiërcering in 1810 mede een goed deel van zijn fortuin zien verloren gaan.

Maar wij willen het oog van deze voor ons vaderland en onze stad zoo noodlottige jaren afwenden en een blik slaan op hetgeen hij als burger in zijn ge* boortestad praesteerde.

Genegen om daar, waar men hem riep, zoodanig eene roeping te volgen, indien het hem bij onderzoek bleek, dat hij kon en moest, trachtte hij steeds naar zijn vermogen mede werkzaam te zijn en te -doen, wat zijne hand te doen vond. Het zich vooraan plaatsen lag niet in zijn karakter, indien het goede slechts gewrocht, slechts tot stand gebragt werd, dan was zijn geest bevredigd. Zien wij hem daarom Uier somwijlen met de hoofdleiding van zaken belast, dan was dit door de keuze zijner medeleden, niet het gevolg van een door hem te kennen gegeven verlangen. Het volgen en zich stil voegen naar de omstandigheden maakte een deel van zijn hoofdkarakter uit, en bleef hem zijn gansche leven bij.

Zn het jaar 1785 werd hij tot diaken bij de schotsche gemeente, later tot onderling en tot regent van het diaconiehuis dier zelfde gemeente verkozen. Vele jaren is hij in dienst der schotsche gemeente werk-

Sluiten