Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaam geweest en nam hij de betrekking van ouderling dier gemeente tot in het jaar 1817 waar (*)

'Hij werd door de regering benoemd in een compromis tusschen de kerkmeesteren en de gecommitteerden in het kerkelijk fonds; hij was mede bij het regelen der scheiding tusschen de stad en de diakonien, onder het voorzitterschap van den heer G. van Stolk.

In 1788 aangesteld als luitenant van de burgerij, heeft hij inzonderheid als luitenant in compagnie No. XI (f) verscheidene jaren dienst gedaan en herinnerde hij zich op later leeftijd nog menige bijzonderheid uit die dikwerf veel bewogen dagen. Zoo pleegde hij te verhalen, hoe hem de indrnk steeds was levendig gebleven van een Januarijnacht in 1795. Toen hij, onder het stadhuis de wacht hebbende, berigt ontving, dat een hollandsch officier aan de Oostpoort (§) wenschte binnengelaten te worden. Vermoedende, dat deze de overbrenger van eene belangrijke tijding zijn kon, besloot hij zelf daar heen te gaan. In dien donkeren , storm- en regenachtigen nacht aan de Oostpoort gekomen,, liet hij die openen. De binnentredende officier zeide hem, dat hij dadelijk door naar 's Hage

. (*) Zie de geschiedenis der kerk. Geschiedenis der schotsche kerk. Steven. 1832. Edimburgh. Index in voce Ledeboer (Bernardus), p. 106, 307, 369, 370.

(f) Nienwe Nederlandsche Jaarboeken voor 1788, bladz. 648. Naamboekje voor opper- en onderofficieren in compagnie No. 11, 1789.

(§) De correspondentie van Rotterdam met Dordrecht liep in die dagen nog over het LTsselmondsche veer.

Sluiten