Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren, verdienstelijk gemaakt (*). Van den aanvang daarvan secretaris, bleef hij dit vele jaren achtereen. Zijn oudste zoon verving hem hierin in 1824, voor zooveel de binnenlandsche correspondentie aanging en maakte zich hierdoor zeer verdienstelijk. De buitenlandsche behield hij onder den titel van eerste secretaris des genootschaps, nog jaren lang voor zich. Eerst 8 Augustus 1829 werd er in den heer C. J. Brem een bezoldigd 23e secretaris aangesteld, die aanvankelijk met de buitenlandsche aangelegenheden belast, eindelijk die der binnenlandsche in 1836 mede overnam.

Jaren achtereen zijn de zoogenaamde Maandberigten van het genootschap uit zijne pen gevloeid. De WelEerw. ZeerGel. Heer Petrus Hermanus Hugenholtz, Theol. Doet., heeft na zijne komst als predikant te Botterdam aan deze werkzaamheid eerst afwisselend deel genomen, tot dat hij deze later geheel voor zijne rekening nam.

Aan den avond van zijn leven, mogt hij het genoegen smaken van op 84jarigen leeftijd, als laatst overgebleven oprigter van het Nederlands Zendeling-

(*) „Ziet, in eenen weinig christelijke» tijd (1797) werd het nit de „eeuwig onverstoorbare kracht van het levend christendom geboren, „geboren uit het toen zoo verzwakt geloof in het christendom als de „eene ware godsdienst voor de gansche wereld, nit het toen nog zoo „zeldzaam geloof aan de eenheid der christelijke kerk, uit wier verschillende afdeelingen het allen gelijkelijk tot medewerking opriep." Schrijft Joannes Tideman , in 't Christelijk Album, 1862, 8ste afl bl. 226.

Sluiten