Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet in staat was meerdere werkzaamheden op zich te nemen.

Ieder die de gehechtheid der Rotterdamsche burgerij aan deze inrigting kent en het nut beaamt, dat er door beoogd en gesticht kan worden, gevoelt dat het hier niet blootelijk het aannemen en sleurig waarnemen dier betrekking gold, maar dat de regent en regentes tegenover de burgerij te toonen hadden, dat zij het grootsche der inrigting gevoelden, en dat zij bereid waren de verlatene weezen tot vader en tot moeder te verstrekken en hun geestelijk en stoffelijk welzijn naar alle vermogen te bevorderen.

Zij mogten verscheiden jaren zich met onverdeeld genoegen aan deze weldadige inrigting verbonden zien, tot dat hunne hooge jaren hen deden besluiten als regent en regentes te bedanken.

Algemeen geacht en bemind, getuigt menige verbeterde inrigting in die stichting van hunne belangstelling in het welslagen van dat huis, leeft de herinnering aan hen in menig hart, dat door hen goed gedaan werd. Bovenal gaven hun de kinderen een onverdeeld blijk van hunne gehechtheid en liefde, in het aanheffen en zingen van eenige dichtregelen bij den feestdisch, ten huize van vader en moeder Ledeboer, aangerigt voor hunne mede-regenten ter gelegenheid hunner gouden bruiloft, en mede uit een geschenk dat tot opschrift had: „De dankbare weesmeisjes aan hare liefderijke verzorgers B. Ledeboer en A. G. van den Ende." Het blijkt uit de op

Sluiten