Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sloegen wij tot hiertoe een oog op het mercantieele bestaan en leven als burger van onzen zoo zeer beminden Bernardus Ledeboer, en mogt hij voor het eerste ervaren de waarheid der woorden, te lezen onder een oud wapen van zijn geslacht, op een vensterglas geschilderd: 9c Srgtn bt» JÉjtercn maihct rgrk sonörr motijtr, voor het andere verdient hij in zegenend aandenken gehouden te worden door het vele, dat hij in zulk eene ruime mate voor anderen deed en het vele goede, dat hij om zich heen verspreidde. Maar wars van loftuitingen als hij was, willen wij ons vergenoegen van de feiten opgesomd te hebben en aanteekenen hetgeen hij zelf van zich ter neder schreef: „In dit alles wenschte ik eenigermate nuttig „te zijn, gevoelde mijne tekortkoming, maar dankte „den Heer, dat ik niet te schande werd."

Maar niet slechts als burger van zijne geboortestad, ook als burger van den staat zien wij hem meermalen optreden en steeds in alle die betrekkingen, die achting verwerven, waarop zijn regtschapen karakter aanspraak had.

In gevolge decreet van 8 October 1807 werd hij door Z. M. Koning Lodewijk Napoleon benoemd tot commissaris in het beoordeelen der prijzen bij de tentoonstelling van de proeven der binnenlandsche fabrie ken, welke in de paaschweek en de daarop volgende in 1808 binnen Utrecht heeft plaats gehad (*).

(*) Een rapport aan Z. M. den Koning van Holland door Hoogst deszelfs Minister van binnenlandsche zaken F. van Leyden, gedaan

Sluiten