Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij besloot deze toespraak met de ootmoedige bede: „dat het den Heer behage mijne kinderen en kindskinderen te leeren in Zijne wegen te wandelen, een „rein geweten te bewaren voor God en menschen, en „zoo met woord en daad deze betuiging te bevestigen: „„Wat mij aangaat, ik en mijn kuis zullen den Heer „ „dienen." "

Allengskens zag men in zijn vier en tachtigste levensjaar zijne krachten afnemen en vooral zijn gezigt verminderen, lijdende, ofschoon in veel mindere mate, aan dezelfde ongesteldheid, die zijn vader ten grave sleepte.

De te voren sterke man, die geene zwakte, geene vermoeijenis kende, die op gevorderden leeftijd bij bezigheden en op reize vaak jongeren van dagen afmatte, gevoelde dat het einde zijner dagen naderde. Weinige weken vóór zijnen dood zeide hij tegen mij: „Nu „eerst gevoel ik wat zwakte is."

Voor zijn verscheiden verlangde hij (11 April) zijne kindskinderen om hem te zien. „Lieve kinderen," sprak hij: „Ik heb al dikmaals getracht u allen bij „elkander te hebben, door mijne zwakte werd ik „daarin verhinderd; doch nu ik u allen bij elkander „heb, wilde ik u zeggen, dat ik denk, dat ik ga „sterven, maar dat ik mijn ziel geheel overgeef in de „handen van mijnen hemelschen Vader, bij wien ik „mij altijd zoo wel bevonden heb. Ik geloof voor „mij, dat ik geleefd heb, zooals ik moest leven; en „nu heb ik u alleen nog maar te zeggen, dat ik

Sluiten